Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van Westland, verweerder
Frestia B.V.,te Honselersdijk, vergunninghoudster
Procesverloop
8.200 m3, leidingen en een verharding op het adres [adres] [nummer] te [plaats] .
Overwegingen
en voorts conform de bestaande situatie, kunnen de voorschriften van het bestemmingsplan over de maximaal toegestane bouwhoogte niet (verder) beperken, zoals verzoeker veronderstelt. Los daarvan is in die akte geen duidelijke afspraak gemaakt over de hoogte van nieuwe kassen. Dat beoogd zou zijn om de bouwhoogte ook in de nieuwe situatie te beperken tot 4.30 meter acht de voorzieningenrechter niet aannemelijk. Er is geen evidente privaatrechtelijke belemmering die in de weg staat aan het verlenen van de omgevingsvergunning. Wat betreft de door verzoeker gestelde waardedaling van zijn woning, verwijst de voorzieningenrechter naar de planschadeprocedure van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
Beslissing
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
BIJLAGE: Wettelijk kader
Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
Het bestemmingsplan ‘Glastuinbouwgebied Westland’
Kas maximale goothoogte: 8 meter, maximale bouwhoogte: 10 meter.
- dit noodzakelijk is in bedrijfsmatig opzicht;
- dit niet op stedenbouwkundige en/of verkeerskundige bezwaren stuit;
- dit geen onevenredige hinder, gevaar en/of schade veroorzaakt in relatie tot de aangrenzende percelen.