Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[Naam 1] en [Naam 2], verzoekers
[Naam 4],
[Naam 5],
[Naam 6]en
[Naam 7]
Rechtbank Den Haag
Verzoekers hebben asielaanvragen ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 29 maart 2022 zijn afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen deze besluiten zijn beroepen ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om voorlopige voorziening samen met andere zaken op 22 april 2022 behandeld. Omdat de rechtbank inmiddels een inhoudelijke uitspraak heeft gedaan op de beroepen in de hoofdzaak, acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom worden de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier M. van Andel, en is in het openbaar uitgesproken op 10 mei 2022. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvragen is afgewezen.