ECLI:NL:RBDHA:2022:4593
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland wordt aangewezen als verantwoordelijke lidstaat voor de behandeling van de asielaanvraag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een vergelijkbare zaak behandeld op 6 mei 2022 te Breda. Verzoeker was niet aanwezig bij de zitting, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was. Na de behandeling is het verzoek om voorlopige voorziening direct afgewezen.
De voorzieningenrechter overweegt dat gezien de uitspraak in de hoofdzaak (zaaknummer NL22.6052) het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.