ECLI:NL:RBDHA:2022:4567
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Mali op grond van kennelijk ongegrondheid wegens tegenstrijdige verklaringen
Eiser, een Malinese nationaliteit dragende man, heeft op 16 februari 2022 een asielaanvraag ingediend met het argument dat hij vanwege betrokkenheid bij wapensmokkel niet terug kan keren naar Mali. Eerder had hij meerdere asielaanvragen ingediend, waarvan enkele werden ingetrokken of afgewezen. Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond op grond van artikel 31 en Pro 30b van de Vreemdelingenwet 2000.
Eiser stelde in beroep dat verweerder ten onrechte geen medisch onderzoek had laten uitvoeren naar zijn psychische toestand en dat de wapensmokkel en de daaraan verbonden problemen onterecht ongeloofwaardig werden geacht. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende onderbouwing leverde voor zijn psychische problematiek en dat de wisselende en tegenstrijdige verklaringen over de wapensmokkel en de omstandigheden daaromheen terecht tot afwijzing leidden.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond werd afgewezen omdat eiser kennelijk valse en onwaarschijnlijke verklaringen had afgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.