ECLI:NL:RBDHA:2022:4558
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000
Eiser, met de Nigeriaanse nationaliteit, is meerdere malen in Nederland geweest met asielaanvragen en is op 20 april 2022 opnieuw in bewaring gesteld op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij betwist de gronden voor de bewaring en stelt dat er onvoldoende redenen zijn om deze maatregel op te leggen.
De rechtbank overweegt dat de zware gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het niet naleven van een vertrektermijn en het niet willen terugkeren naar Nigeria, terecht zijn aangevoerd door verweerder. De lichte gronden zijn grotendeels ook gegrond, behalve de grond dat eiser niet over voldoende middelen van bestaan beschikt, die onvoldoende is gemotiveerd.
Eiser voerde aan dat hij zich altijd aan het toezicht heeft gehouden en dat een lichter middel passend zou zijn, maar de rechtbank stelt vast dat er een risico bestaat dat eiser zich aan het toezicht onttrekt. Daarom wordt het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.J. Govaers en griffier A.S. Hamans en is openbaar gemaakt op 13 mei 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.