ECLI:NL:RBDHA:2022:4505
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs voor openlijke geweldpleging, dwang en diefstal met geweld
De rechtbank Den Haag behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van openlijke geweldpleging, dwang en diefstal met geweld gepleegd in mei en september 2019. De tenlastelegging betrof onder meer het toebrengen van lichamelijk letsel aan slachtoffer 1 en het dwingen van slachtoffers tot het afstaan van goederen onder bedreiging.
Tijdens de terechtzittingen in januari en februari 2022 heeft de rechtbank alle bewijsstukken en getuigenverklaringen zorgvuldig gewogen. Hoewel vaststond dat medeverdachte betrokken was bij de feiten, ontbrak het aan voldoende bewijs om verdachte als medepleger aan te merken. De verklaringen waren onvoldoende concreet en er was geen technisch bewijs dat verdachte direct aan de feiten verbond.
De rechtbank oordeelde dat de tenlastegelegde feiten niet wettig en overtuigend bewezen konden worden en sprak verdachte vrij. De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden niet-ontvankelijk verklaard omdat verdachte niet schuldig was bevonden. De benadeelden kunnen hun vorderingen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
De rechtbank bepaalde dat partijen ieder hun eigen kosten dragen. Het vonnis werd uitgesproken op 16 februari 2022 door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor de tenlastegelegde feiten.