ECLI:NL:RBDHA:2022:4285

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 mei 2022
Publicatiedatum
6 mei 2022
Zaaknummer
NL22.6774
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59b Vw
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen maatregel van bewaring en verzoek om schadevergoeding afgewezen

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 15 april 2022 waarbij de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000 aan hem werd opgelegd. Verweerder heeft de bewaring op 28 april 2022 opgeheven. De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2022 behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan.

De rechtbank beperkt haar beoordeling tot de vraag of eiser recht heeft op schadevergoeding, aangezien de bewaring inmiddels is opgeheven. De gronden voor de bewaring zijn niet bestreden en worden geacht de maatregel te dragen. Het verweer dat een lichter middel, zoals een meldplicht, had moeten worden toegepast, wordt verworpen vanwege het risico op onttrekking en het feit dat eiser zich meerdere keren aan toezicht heeft onttrokken.

Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.6774
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: M.A.M. Janssen).

Procesverloop

Bij besluit van 15 april 2022 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Vw. [1] opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
Verweerder heeft op 28 april 2022 de maatregel van bewaring opgeheven.
De rechtbank heeft het beroep op 29 april 2022 op zitting behandeld in Breda. Eiser heeft via een videoverbinding aan de zitting deelgenomen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Cherradi. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Overwegingen

1. Omdat de bewaring is opgeheven, beperkt de beoordeling zich in deze zaak tot de vraag of aan eiser schadevergoeding moet worden toegekend
2. De zware en lichte gronden die aan de bewaring ten grondslag liggen zijn niet bestreden in beroep. De gronden kunnen naar het oordeel van de rechtbank de maatregel van bewaring dragen.
3. De gemachtigde van eiser voert aan dat verweerder voorafgaande aan de opheffing van de bewaring had moeten volstaan met een lichter middel, omdat dit beter zou zijn voor de rust in het hoofd van meneer. De rechtbank is van oordeel dat een lichter middel, zoals een meldplicht, gelet op de onbetwiste gronden en het feit dat daaruit een risico op onttrekking volgt, niet langer is aangewezen. In dit verband wijst de rechtbank erop dat in de maatregel terecht is opgemerkt dat eiser meerdere keren met onbekende bestemming is vertrokken en zich dus aan het toezicht heeft onttrokken.
4. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 29 april 2022 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.