Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse vreemdeling met een lopende asielaanvraag, werd op 29 maart 2022 door de Koninklijke Marechaussee op een metroperron in Rotterdam opgehouden op grond van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf nabij de buitengrens van het Schengengebied.
Eiser voerde aan dat de staandehouding en ophouding onrechtmatig waren, onder meer omdat niet was voldaan aan het vereiste vermoeden en er sprake zou zijn van discriminatie. Daarnaast stelde eiser dat de maximale ophoudingsduur was overschreden.
De rechtbank stelde vast dat de feiten en omstandigheden, waaronder de locatie nabij het afgesloten terrein van ferrymaatschappij Stena Line en ervaringsgegevens, een objectief redelijk vermoeden van illegaal verblijf opleverden. De stelling van discriminatoir optreden werd niet gevolgd.
Hoewel het proces-verbaal niet duidelijkheid gaf over het exacte tijdstip van vrijlating, achtte de rechtbank op basis van de mededeling van de gemachtigde aannemelijk dat de maximale ophoudingsduur niet was overschreden.
De rechtbank concludeerde dat de staandehouding en ophouding rechtmatig waren en wees het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding wordt ongegrond verklaard omdat de ophouding rechtmatig was en de maximale termijn niet is overschreden.