ECLI:NL:RBDHA:2022:4178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en oplegging inreisverbod aan Ghanees wegens ongeloofwaardige LHBTI-motieven
Eiser, een Ghanees geboren in 1983, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van bedreigingen en mishandeling door familie vanwege vermeende homoseksualiteit. Hij stelde dat hij problemen ondervond omdat hij werd toegedicht homoseksueel te zijn, wat hij ontkende.
De staatssecretaris wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond en legde een inreisverbod van twee jaar op. De rechtbank oordeelde dat eiser niet geloofwaardig was in zijn beweringen over zijn seksuele geaardheid en de gevolgen daarvan. Diverse tegenstrijdigheden in zijn verklaringen over vriendschappen en politieaangiften werden meegewogen.
Eiser had de mogelijkheid om correcties en aanvullingen op het nader gehoor in te dienen, maar deed dit te laat, waardoor deze niet in de besluitvorming konden worden meegenomen. De rechtbank vond dat de staatssecretaris de aanvraag terecht als kennelijk ongegrond kon afwijzen, mede omdat Ghana als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende aannemelijk maakte dat hij individueel risico loopt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het inreisverbod gehandhaafd. De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.