Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2022:4143

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 april 2022
Publicatiedatum
3 mei 2022
Zaaknummer
C/09/627336 / FA RK 22-2019
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:1 WvggzArt. 7:6 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen crisismaatregel afgewezen en schadevergoeding geweigerd

Verzoeker stelde beroep in tegen een door de burgemeester van Leiden opgelegde crisismaatregel op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Hij betwistte het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en voerde aan dat hij niet of onvoldoende is gehoord. Tevens verzocht hij om een schadevergoeding wegens onterechte opname en separatie.

De rechtbank oordeelde dat op het moment van oplegging van de crisismaatregel sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel veroorzaakt door een psychische stoornis, onderbouwd door een onafhankelijke psychiater. De procedure voor een zorgmachtiging kon niet worden afgewacht. Verzoeker had expliciet geweigerd te worden gehoord, zoals in de maatregel vermeld stond.

De rechtbank vond de feiten en het deskundige oordeel overtuigend en zag geen reden om aan de crisismaatregel te twijfelen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open voor het beroep en hoger beroep voor de schadevergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel is ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding is afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnummer: C/09/627336 / FA RK 22-2019
Datum beschikking: 26 april 2022

Beroep tegen een crisismaatregel en verzoek tot schadevergoeding

Beschikkingnaar aanleiding van het op 30 maart 2022 ingediend beroep ex artikel 7:6 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) tegen een crisismaatregel, ten aanzien van:

[de man]

hierna te noemen: verzoeker,
geboren op [geboortedag] 1975, [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
advocaat: mr. mr. A.A.J.L. van Elk De Freese te Cuijk.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft verzoeker beroep ingesteld tegen de door de burgemeester van de gemeente Leiden op 20 maart 2022 jegens hem opgelegde crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift is de beslissing van de burgemeester houdende het opleggen van de crisismaatregel als bijlage bijgevoegd.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 21 april 2022.
Daarbij zijn verschenen:
  • verzoeker, bijgestaan door zijn advocaat;
  • [vertegenwoordiger van de gemeente] namens de burgemeester van de gemeente Leiden.

Verzoek en verweer

Door en namens verzoeker is gesteld dat op het moment van afgifte van de crisismaatregel geen of onvoldoende sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Hij betwist de in de medische verklaring aangevoerde feiten en omstandigheden, daargelaten het feit dat die ook niet kunnen leiden tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel. Dat geldt ook voor de psychiatrische voorgeschiedenis die zwaar is meegewogen. Daarnaast heeft de burgemeester de eigen onderzoeksplicht verzuimd en zich enkel gebaseerd op de medische verklaring. Verzoeker stelt dat hij niet gevraagd of hij kon worden gehoord, althans dat hij zich dit niet kan herinneren. Van het weigeren te worden gehoord, zoals gesteld door verweerder, is dan ook geen sprake. Als gevolg van de afgifte van de crisismaatregel is verzoeker ten onrechte opgenomen en bovendien onmiddellijk gesepareerd en driemaal verplaatst. Hij verzoekt daarom het beroep tegen de crisismaatregel gegrond te verklaren en daarbij een schadevergoeding toe te kennen van €300,00 per dag van de onterechte maatregel.
Namens de burgemeester is naar voren gebracht dat de burgemeester zich voor het afgeven van een crisismaatregel mag baseren op het deskundige oordeel van een onafhankelijke psychiater. In de medische verklaring is het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voldoende onderbouwd, alsook het vermoeden dat het ernstige nadeel voortvloeide uit een psychische stoornis en dat er geen basis was om vrijwillig zorg te verlenen. Daarnaast heeft verzoeker expliciet geweigerd te worden gehoord. Gebleken is dat het separeren van verzoeker mede het gevolg is geweest van beddentekort. De zorginstelling zou daarvoor excuses hebben aangeboden.

Beoordeling

Gelet op artikel 7:1, eerste lid, onder a Wvggz moet er sprake te zijn van een onmiddellijk dreigend ernstig nadeel ten aanzien van een persoon voordat de burgemeester een crisismaatregel mag nemen. Artikel 7:1, eerste lid, onder d Wvggz bepaalt dat de crisissituatie zo ernstig moet zijn dat een procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht. Betrokkene stelt dat aan deze vereisten niet werd voldaan, hetgeen wordt betwist door de burgemeester.
De rechtbank dient te beoordelen of de burgemeester een crisismaatregel kon nemen op basis van onder meer bovengenoemde criteria.
De rechtbank is van oordeel dat uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat op 20 maart 2022 sprake was van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en een ernstig vermoeden dat dit nadeel werd veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis van verzoeker. Eveneens is gebleken dat het ernstig nadeel enkel door een crisismaatregel kon worden weggenomen, en dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kon worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat de gebeurtenissen voorafgaand aan de crisismaatregel voldoende vaststaan. Het is ook niet onbegrijpelijk dat deze hebben geleid tot onmiddellijk dreigend ernstig nadeel voor verzoeker en anderen om hem heen, mede in het licht van de gezinssituatie van verzoeker met twee jonge kinderen. Uit de medische verklaring en de politiemutaties blijkt dat de omgeving van verzoeker al enige tijd ernstige zorgen had over zijn psychische toestand. De psychiatrische voorgeschiedenis van verzoeker speelt daarbij onmiskenbaar een rol. Evenwel zijn de toenemende paranoïde gedragingen en symptomen, die passen bij een manisch psychotische decompensatie van de bekende bipolaire 1 stoornis en die hebben geleid tot acute veiligheidsrisico’s voor verzoeker en zijn directe omgeving, voldoende overtuigend. De rechtbank ziet geen aanleiding aan de overwegingen en het deskundige oordeel van de onafhankelijk psychiater te twijfelen.
Verder staat in de crisismaatregel dat verzoeker expliciet heeft aangegeven niet gehoord te willen worden. Hieruit mag worden afgeleid dat verzoeker is gewezen op de mogelijkheid te worden gehoord en dus in de gelegenheid is gesteld om zijn mening over de voorgenomen crisismaatregel kenbaar te maken. Dat verzoeker zich dat niet kan herinneren of in zijn beleving niet is bevraagd doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af.
Op basis van het voorgaande concludeert de rechtbank dat bij het afgeven van de crisismaatregel de wettelijke bepalingen in acht zijn genomen. Daarom zal het beroep ongegrond worden verklaard.
Nu het beroep ongegrond wordt verklaard, komt de rechtbank niet toe aan een eventuele toekenning van een schadevergoeding. Gelet hierop zal het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart het beroep tegen de crisismaatregel van 20 maart 2022 ongegrond;
wijst af het verzoek tot toekenning van schadevergoeding.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G.J. Brink, rechter, bijgestaan door mr. S.T. Viezee als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 26 april 2022.
Voor zover de beslissing ziet op het beroep tegen de crisismaatregel, staat tegen deze beschikking het rechtsmiddel van cassatie open.
Tegen de beslissing tot afwijzing van het verzoek tot toekenning van schadevergoeding staat het rechtsmiddel van hoger beroep open.