ECLI:NL:RBDHA:2022:405
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij ongegrond verklaard beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als ongegrond bij besluit van 24 november 2021. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De rechtbank heeft het beroep op 22 december 2021 behandeld, waarbij verzoeker is verschenen met zijn gemachtigde en tolk, terwijl verweerder niet is verschenen. Bij een gelijktijdige uitspraak in een gerelateerde zaak is het beroep ongegrond verklaard.
Op grond van deze uitspraak wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen na ongegrondverklaring van het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag.