ECLI:NL:RBDHA:2022:400
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekken beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvraag
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 15 februari 2019. Tijdens de procedure heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten.
De rechtbank constateert dat de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een beslissing te nemen terwijl het beroep liep. Verweerder heeft aangegeven bereid te zijn de proceskosten te vergoeden tot een bedrag van € 3741, met toepassing van de wegingsfactor 'licht', omdat het beroep alleen betrekking had op het niet tijdig nemen van een besluit en geen inhoudelijke beoordeling van het geschil vereiste.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op € 379,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht 2021, waarbij 1 punt voor het indienen van het beroepschrift wordt gehanteerd met een wegingsfactor van 0,50. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en griffier S.C. Spruijt en is zonder zitting uitgesproken op 19 januari 2022.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van € 379,50 aan proceskosten aan verzoeker.