ECLI:NL:RBDHA:2022:3986
Rechtbank Den Haag
- Bodemzaak
- M.M. van Veelen
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid bewaring vreemdeling in detentiecentrum en toepassing Terugkeerrichtlijn
Eiser, een vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank toetste of het detentiecentrum waar eiser verbleef kan worden aangemerkt als een 'speciale inrichting voor bewaring' zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de Terugkeerrichtlijn, mede aan de hand van het arrest K. van het Hof van Justitie van 10 maart 2022.
De rechtbank overwoog dat de bewaring slechts gerechtvaardigd is indien deze plaatsvindt in een speciale inrichting die voldoet aan specifieke kenmerken, waarbij de bewaring niet gelijk mag zijn aan strafrechtelijke detentie. Verweerder kon onvoldoende aannemelijk maken dat het detentiecentrum aan deze criteria voldoet, omdat hij niet inging op relevante aspecten zoals inrichting, regels en personeel.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring sinds 3 maart 2022 onrechtmatig is en beval de opheffing ervan. Tevens kende zij een schadevergoeding toe van €2.300 voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde verweerder in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de maatregel van bewaring wordt opgeheven met toekenning van een schadevergoeding van €2.300,- aan eiser.