ECLI:NL:RBDHA:2022:396
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen als kennelijk ongegrond bij besluit van 12 november 2021.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en tevens is door verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek behandeld op 9 december 2021 via een beeldverbinding, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de gemachtigde van verweerder wel aanwezig was.
De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak in zaaknummer NL21.18166 waarin het beroep ongegrond is verklaard en wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt afgewezen.