Uitspraak
[verzoeker],
Rechtbank Den Haag
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht te verklaren dat het besluit tot herroeping van het ontbindingsbesluit van Gribouille B.V. rechtsgeldig is.
De rechtbank Den Haag onderzoekt haar bevoegdheid op grond van artikel 995 Rv Pro en artikel 1:10 BW Pro. Hoewel Gribouille B.V. laatstelijk kantoor hield te Voorburg, wat volgens artikel 1:14 BW Pro een bijkomende woonplaats kan zijn, betreft het verzoek het voortbestaan van de vennootschap zelf.
Daarom is enkel de rechtbank van de statutaire zetel, Amsterdam, bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. De rechtbank Den Haag verklaart zich daarom ambtshalve onbevoegd en verwijst de zaak door naar de rechtbank Amsterdam.
De beschikking is gegeven door rechter H.J. Vetter en in het openbaar uitgesproken op 22 maart 2022.
Uitkomst: De rechtbank Den Haag verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Amsterdam.