ECLI:NL:RBDHA:2022:3933
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Soedanese vluchteling wegens ongeloofwaardigheid
Eiser, een Soedanese nationaliteit, diende in augustus 2020 een asielaanvraag in met het argument dat hij vanwege een Facebookfilmpje over landonteigening en protesten tegen de overheid in Soedan vreest gearresteerd te worden.
Verweerder, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid en het feit dat eiser eerder in Luxemburg en België verbleef zonder daar bescherming te vragen. Eiser betwistte dit, maar kon geen bewijs leveren van het bestaan van het Facebookfilmpje en zijn kritiek op de Soedanese overheid.
De rechtbank stelde vast dat eiser zijn eerdere asielaanvraag in Luxemburg had erkend en zijn verblijf in België zonder aanvraag had bevestigd. Verweerder had deze verklaringen integraal gewogen en niet vooraf de geloofwaardigheid verworpen.
Verder vond de rechtbank dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij persoonlijk door de Soedanese autoriteiten werd gezocht vanwege het filmpje, mede omdat hij een andere naam op Facebook gebruikte en geen bewijs kon leveren van zijn online activiteiten.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende bewijs en ongeloofwaardigheid.