ECLI:NL:RBDHA:2022:389
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot exclusief gebruik huurwoning na beëindiging affectieve relatie
Partijen zijn voormalig gehuwd en hebben na hun echtscheiding hun affectieve relatie tijdelijk hervat, maar sinds 2016 definitief beëindigd en besloten als huisgenoten samen te wonen in een huurwoning waarvan zij beiden huurder zijn.
De vrouw vordert in kort geding dat de man de woning binnen zeven dagen verlaat, omdat de situatie van samenwonen spanningen en druk oplevert, wat niet langer in haar en de belangen van de kinderen is. De man verzet zich tegen het verzoek.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw een spoedeisend belang heeft bij haar verzoek, omdat een bodemprocedure lang kan duren en de situatie onhoudbaar is. Hoewel beiden huurder zijn, wordt het gebruiksrecht voorlopig aan de vrouw toegekend, mede vanwege haar grootste aandeel in de dagelijkse zorg voor de kinderen.
De man krijgt veertien dagen na betekening om de woning te verlaten. De rechter wijst het verzoek om inzet van politie en een dwangsom af, omdat een deurwaarder dit kan regelen. Iedere partij draagt de eigen proceskosten.
Uitkomst: De man moet de huurwoning binnen veertien dagen verlaten en mag deze niet betreden zonder toestemming van de vrouw.