ECLI:NL:RBDHA:2022:3741
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf wegens ontbreken hechte persoonlijke banden
Eisers, broers en zussen van een referent met een verblijfsvergunning in Nederland, hebben beroep ingesteld tegen de afwijzing van hun aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd afgewezen omdat niet was aangetoond dat sprake was van hechte persoonlijke banden die het gebruikelijke gezinsleven overstijgen en omdat de aanvraag van de ouders van eisers eveneens was afgewezen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat de overgelegde documenten onvoldoende bewijs leveren van een familierechtelijke relatie en hechte persoonlijke banden tussen eisers en referent. De herinneringen en verklaringen wijzen op een normale broer-zusrelatie die niet voldoet aan de criteria voor een te beschermen gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro.
Verder is geoordeeld dat het ontbreken van verblijf voor de ouders betekent dat het gezinsleven buiten Nederland kan worden voortgezet, waardoor geen sprake is van onrechtmatige gezinsontwrichting. Ook is het terecht dat verweerder heeft afgezien van het horen van eisers en referent, omdat geen redelijk vermoeden bestond dat dit tot een ander besluit zou leiden.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.E. van de Merbel en openbaar gemaakt op 19 april 2022.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de mvv-aanvragen is ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van hechte persoonlijke banden en onvoldoende bewijs van een te beschermen gezinsleven.