Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
ProcesverloopBij besluit van 3 juni 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond als bedoeld in artikel 31, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) en ambtshalve besloten geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en evenmin uitstel van vertrek te verlenen op grond van artikel 64 van Pro de Vw 2000 wordt verleend. Dit besluit geldt tevens als terugkeerbesluit met een vertrektermijn van vier weken.
Overwegingen
- identiteit, nationaliteit en herkomst;
- homoseksuele geaardheid van eiser;
- problemen met [naam] .
názijn nader gehoor (29 september 2020). Hierdoor is hij voorafgaand aan dat gehoor niet medisch onderzocht. Op zijn afspraak met het FMMU van 30 september 2020 is eiser vervolgens niet verschenen. Vervolgens is eiser op 9 februari 2021 aanvullend gehoord. Tijdens dat gehoor gaf eiser als reden dat hij niet op zijn afspraak met het FMMU was verschenen dat hij zijn nader gehoor die dag had. Toen hij er door de gehoorambtenaar op gewezen werd dat zijn nader gehoor de dag vóór zijn afspraak bij het FMMU was, gaf eiser aan dat het voor hem niet duidelijk was wanneer die afspraak precies was. Vervolgens heeft de gehoorambtenaar het aanvullend gehoor afgenomen.
Betrokkene heeft geen gebruik gemaakt van de beoordeling door een arts of behandelaar. Betrokkene is zonder geldige reden niet komen opdagen bij zijn afspraak op 30 september 2020. Zowel bij aanvang van het nader gehoor alsmede bij aanvang van het aanvullend gehoor heeft betrokkene aangegeven dat hij zich geestelijk en lichamelijk in staat voelde om te worden gehoord. Na afloop van het nader en het aanvullend gehoor heeft betrokkene desgevraagd geen op- of aanmerkingen geuit over het gesprek. Gelet op het voorgaande zijn de gehoren op zorgvuldige wijze tot stand gekomen.”
van artikel 64 Vw Pro te verlenen (zie A3/7.2.3 Vc).
3. Medisch advies en andere signalen
Doel van het medisch advies is:
asielaanvraag.
voorafgaandaan het horen moet worden uitgebracht en niet daarna. Het FMMU-advies is een medisch advies en het beoordelen óf sprake is van beperkingen en op welke wijze deze beperkingen moeten worden betrokken vereist dan ook medische expertise. Het volstaat niet om aan eiser te vragen of hij akkoord gaat met het horen zonder voorafgaand medisch onderzoek en na afloop van het gehoor te vragen of het goed is gegaan. Eiser heeft van aanvang af aangegeven (ook) stress te ervaren vanwege deze procedure en het tijdsverloop. Daargelaten dat het complex is voor eiser om zelf te beoordelen of er ten aanzien van hem beperkingen zijn waar verweerder rekening mee moet houden, is niet onaannemelijk dat hij het uitstellen van het gehoor zodanig onwenselijk vindt dat hij zich zonder medisch onderzoek zal laten horen ook indien hij liever wel eerst een medisch onderzoek zou wensen. Bovendien kan niet worden aangenomen dat een verzoeker om internationale bescherming overziet op welke wijze zijn verklaringen worden beoordeeld en in hoeverre “summiere” of “tegenstrijdige” verklaringen de geloofwaardigheidsbeoordeling regarderen. Door enkel aan eiser te vragen of hij zich in staat acht te worden gehoord en dat hij het kan aangeven als hij een pauze wil, wordt miskend dat eiser niet zal overzien wat de gevolgen zijn als hij zijn relaas niet aannemelijk weet te maken met zijn verklaringen terwijl verweerder wellicht bij niet alleen bij het horen maar ook bij het beslissen rekening had moeten houden met beperkingen maar dit niet is vastgesteld door het FMMU. Verweerder had derhalve zonder FMMU-advies niet mogen overgaan tot het horen van eiser, waarbij bovendien te gelden heeft dat eiser reeds informatie had overgelegd waaruit medische problematiek blijkt.
“dat niet valt in te zien dat betrokkene over dit belangrijke aspect niet eenduidig kan verklaren en geen reden geeft of verklaring geeft voor de wisselende verklaringen”miskent, zoals eiser terecht heeft aangevoerd, de functie van de correcties en aanvullingen. Dit geldt ook voor de andere correcties en aanvullingen waaraan verweerder niet kenbaar gewicht heeft toegekend. Eiser wordt bovendien gevolgd in zijn argumenten die zien op de vragen van verweerder over de inhoud van bepaalde begrippen en het gewicht dat in het besluit aan de beoordeling van de verklaringen van eiser op dit punt worden toegekend. Zo heeft eiser terecht aangevoerd dat het onbegrijpelijk is dat de hoormedewerker zich niet heeft beperkt tot het stellen van vragen over de seksuele geaardheid van eiser, maar ook heeft gevraagd wat zijn “genderidentiteit” is. De hoormedewerker heeft, omdat eiser heeft verklaard dit begrip niet te kennen, een definitie van “genderidentiteit” gegeven en de vraag herhaald. Uit de verklaringen die eiser vervolgens heeft afgelegd, blijkt naar het oordeel van de rechtbank en zoals ook besproken tijdens de zitting, duidelijk dat eiser het begrip niet kent, de strekking van de vraag niet begrijpt, maar zich kennelijk genoodzaakt voelt om antwoorden te geven omdat de vragen steeds maar werden herhaald. Het gaat in deze omstandigheden niet aan, daargelaten dat niet valt in te zien hoe verklaringen over de genderidentiteit de beoordeling over de geaardheid regarderen, om de afgelegde verklaringen ten grondslag te leggen aan het niet geloofwaardig achten van de gestelde seksuele gerichtheid van eiser. Eiser wordt eveneens reeds nu gevolgd in zijn argumenten dat de tegenwerping van verweerder dat eiser “afstandelijke woorden” gebruikt in zijn verklaringen over “homoseksualiteit” niet slaagt. Eiser voert aan dat sprake is van een jarenlange reflex en spraakgebruik om niet met homoseksuelen te worden geassocieerd omdat dit in zijn land van herkomst gevaarlijk is. In het besluit is overwogen dat aan eiser tweemaal is gevraagd waarom hij afstandelijke woorden zoals “hun” en “zij” gebruikt als hij het over homoseksuelen heeft en daar geen uitleg voor weet te geven. In de beroepsgronden wordt onder meer aangevoerd dat:
asielaanvraag van 11 april 2019en verweerder is reeds bij uitspraak van 29 juni 2020 veroordeeld tot het verbeuren van dwangsommen wegens het niet tijdig beslissen op deze aanvraag.
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
mr.E.C.M. Boerboom, griffier.