ECLI:NL:RBDHA:2022:3687
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige relatie en bedreigingen
Eiser, een Iraakse nationaliteit bezittende man, heeft in december 2020 asiel aangevraagd in Nederland. Hij stelde dat hij vanwege een verboden relatie met een gehuwde Iraakse vrouw en bedreigingen door haar echtgenoot naar Nederland was gevlucht. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de relatie en de bedreigingen.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat eiser onvoldoende geloofwaardige details kon geven over de relatie, zoals namen en adressen, en tegenstrijdige verklaringen gaf over wie van de relatie op de hoogte was. Ook de overgelegde digitale berichten ondersteunden de relatie onvoldoende, mede omdat de authenticiteit en datum niet konden worden vastgesteld.
Daarnaast vond de rechtbank het onwaarschijnlijk dat de moeder van de vrouw geen bezwaar maakte tegen het huwelijksaanzoek, gezien de wettelijke huwbare leeftijd in Irak. De verklaringen over de bedreigingen en de seksuele relatie waren vaag en werden pas laat en summier aangevuld. De rechtbank concludeerde dat de staatssecretaris de aanvraag terecht als ongegrond heeft afgewezen.
De rechtbank wees het beroep af en veroordeelde eiser niet tot proceskosten. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.