ECLI:NL:RBDHA:2022:3625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden in beroepschrift
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf met als doel verblijf als familie- of gezinslid. Deze aanvraag werd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen bij besluit van 11 juni 2021. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd op 14 januari 2022 kennelijk ongegrond verklaard. Eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroepschrift geen gronden van beroep bevatte, wat een vereiste is op grond van artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Eiseres is hierover geïnformeerd en kreeg de mogelijkheid om het verzuim binnen vier weken te herstellen, maar heeft geen gronden ingediend binnen deze termijn.
Daarmee is niet voldaan aan de formele vereisten voor ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 13 april 2022 en openbaar gemaakt op www.rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden in het beroepschrift.