ECLI:NL:RBDHA:2022:3497
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- C. van Boven - Hartogh
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas over gedwongen rekrutering door Al Shabaab
Eiser, een Somalische nationaliteit, diende op 8 juli 2021 een asielaanvraag in Nederland in, met als grond dat hij door Al Shabaab gedwongen zou zijn gerekruteerd en dat zijn broer door hen is vermoord. Hij kon geen documenten overleggen ter onderbouwing, maar overhandigde wel getuigenverklaringen van familie en buurtgenoten.
Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid, onder meer vanwege het ontbreken van bewijs, wisselende verklaringen en ongerijmdheden in het verhaal, zoals het feit dat eiser na bedreigingen gewoon naar huis en werk ging. Eiser voerde aan dat hij documenten niet kon overleggen uit angst en dat de getuigenverklaringen voldoende waren. Ook stelde hij dat hij het doelwit was vanwege zijn leeftijd en activiteit en dat Al Shabaab een professioneel inlichtingennetwerk heeft.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het relaas ongeloofwaardig heeft bevonden. De getuigenverklaringen waren niet objectief en onvoldoende gedetailleerd. De wisselingen in verklaringen en ongerijmdheden, zoals de vergismoord op zijn broer, werden gemotiveerd beoordeeld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat vergelijkbare zaken beter onderbouwd waren.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardig relaas en verklaart het beroep ongegrond.