Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 april 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiser woont met zijn gezin in een woning met terugkerende vocht- en schimmelproblematiek, wat volgens hem de gezondheid van zijn kinderen schaadt. Hij vroeg opnieuw een urgentieverklaring aan, nadat hij in 2018 al een dergelijke verklaring ontving maar geen passende woning vond.
Verweerder wees de aanvraag af op grond van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019, omdat geen sprake was van een urgent huisvestingsprobleem en de situatie niet uitzonderlijk genoeg was voor hardheidsclausule. Eiser stelde dat de medische klachten van zijn kinderen verband houden met de slechte woonomstandigheden, onderbouwd met verklaringen van een longverpleegkundige en psycholoog.
De rechtbank oordeelde dat verweerder redelijk handelde door de urgentieverklaring te weigeren, omdat de medische verklaringen niet voldeden aan de vereisten van onafhankelijke medische deskundigheid volgens de KNMG-richtlijn. Ook was onvoldoende aangetoond dat de gezondheid van de kinderen daadwerkelijk bedreigd werd door de woonsituatie. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de urgentieverklaring wordt ongegrond verklaard.