Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[Naam], verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker had een reguliere verblijfsvergunning voor bepaalde tijd die met ingang van 30 juli 2020 door verweerder werd ingetrokken. Tegen dit besluit werd bezwaar gemaakt, dat door verweerder kennelijk ongegrond werd verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit bestreden besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hoofdzaak, behorende bij zaaknummer AWB 21/4087, reeds was behandeld en beslist. Hierdoor was een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht werd de uitspraak zonder zitting gedaan.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.