Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
DE STAAT DER NEDERLANDEN,
[gerekestreerde 2],
Rechtbank Den Haag
NIHW verzocht de rechtbank om verlof voor het leggen van conservatoir bewijsbeslag op digitale gegevensdragers van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en de voormalige minister van VWS. Dit verzoek hield verband met een geschil over een mondkapjesovereenkomst uit de beginperiode van de coronapandemie, waarbij NIHW meende dat VWS onrechtmatig had gehandeld door een overeenkomst af te blazen ten gunste van een derde partij.
NIHW stelde dat relevante informatie, waaronder e-mails uit het privé-iCloud-account van de voormalige minister, verloren kon gaan en dat beslaglegging noodzakelijk was om bewijs veilig te stellen voor een toekomstige procedure. De rechtbank overwoog echter dat NIHW onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het beslag noodzakelijk was, mede omdat een minder ingrijpende weg openstond via een WOB-verzoek.
De voorzieningenrechter verwees naar vaste rechtspraak dat documenten waar een WOB-verzoek op ziet, niet vernietigd mogen worden en dat zakelijke informatie in privé-mailboxen onder het bestuursorgaan valt. Ook werd aangenomen dat een bewindspersoon zich aan wet- en regelgeving houdt. Het verzoek tot beslag werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om verlof voor conservatoir bewijsbeslag werd afgewezen vanwege het bestaan van minder ingrijpende wegen voor het verkrijgen van de gevraagde informatie.