ECLI:NL:RBDHA:2022:3148
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure niet-ontvankelijkverklaring
Verzoeker, mede namens zijn minderjarig kind, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk te verklaren. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om het bestreden besluit tijdelijk te schorsen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 9 februari 2022 behandeld. Verzoeker verscheen met zijn gemachtigde en werd bijgestaan door een tolk. De staatssecretaris werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.
Na afweging van de omstandigheden en verwijzing naar de uitspraak in de gerelateerde zaak NL22.629, heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt afgewezen.