ECLI:NL:RBDHA:2022:3147
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens toekenning IVA-uitkering
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de beëindiging van zijn Ziektewet-uitkering door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Na een bezwaarafwijzing stelde verzoeker beroep in bij de rechtbank. Vervolgens heeft het UWV met terugwerkende kracht een IVA-uitkering toegekend, waardoor verzoeker zijn beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het UWV ondanks het niet intrekken of wijzigen van het bestreden besluit, met het nieuwe besluit feitelijk tegemoet is gekomen aan de inhoudelijke bezwaren van verzoeker. Verzoeker werd immers volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard, wat in strijd was met het eerdere besluit waarin hij nog geschikt werd geacht voor arbeid.
Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in het beroep proceskosten toewijzen. De rechtbank wijst het verzoek toe en veroordeelt het UWV tot vergoeding van de proceskosten ad € 759,-. Daarnaast wijst de rechtbank erop dat het griffierecht van € 49,- door het UWV moet worden vergoed volgens artikel 8:41, zevende lid, Awb.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker ad € 759,- na intrekking van het beroep wegens toekenning van een IVA-uitkering.