Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
verzoekende partij,
procederend in persoon,
verwerende partij,
gemachtigde: mr. Y.A. Rampersad.
Rechtbank Den Haag
Verzoeker, in staat van faillissement, heeft de rechtbank verzocht om een vervangende machtiging om de Vereniging van Eigenaars (VVE) te dwingen medewerking te verlenen aan het verstrekken van stukken uit de VVE-administratie.
De rechtbank heeft vastgesteld dat rechtsvorderingen die betrekking hebben op rechten of verplichtingen van de failliete boedel door de curator moeten worden ingesteld. Verzoeker heeft geen bewijs geleverd dat de curator instemt met deze procedure, ondanks een brief die hij aanvoerde die slechts goedkeuring gaf voor deelname aan VVE-vergaderingen, niet voor gerechtelijke procedures.
De rechtbank heeft het verzoek niet-ontvankelijk verklaard en geweigerd de procedure aan te houden om alsnog een curatormachtiging te overleggen, omdat dit de goede procesorde zou schenden en onnodige vertraging zou veroorzaken.
Verzoeker is veroordeeld in de proceskosten, inclusief de kosten van de als belanghebbende gehoord partij Metterwoon Vastgoed B.V. De rechtbank oordeelde dat verzoeker niet in strijd met de waarheidsplicht had gehandeld, maar een onjuiste inschatting van zijn rechtspositie had gemaakt.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van curatormachtiging en veroordeeld in de proceskosten.