ECLI:NL:RBDHA:2022:2655
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens onvoldoende onderzoek arbeidsongeschiktheid
Eiser, met de Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor verblijf bij de referente die de Nederlandse en Turkse nationaliteit bezit en een Wajong-uitkering ontvangt. De aanvraag werd door verweerder afgewezen vanwege het niet voldoen aan het middelenvereiste, waarbij verweerder oordeelde dat de referente niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was.
Eiser stelde dat verweerder ten onrechte had geoordeeld dat de referente niet volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was, mede omdat zij sinds 2014 een Wajong-uitkering ontvangt en slechts zeer eenvoudige werkzaamheden onder begeleiding verricht zonder loon. De rechtbank stelde vast dat verweerder onvoldoende onderzoek had verricht naar de vraag of de referente, ondanks het ontbreken van een formeel UWV-besluit, toch als volledig en duurzaam arbeidsongeschikt moet worden beschouwd.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak waarin wordt uitgelegd dat jonggehandicapten met een Wajong-uitkering niet altijd formeel als volledig arbeidsongeschikt worden erkend, maar dat dit niet uitsluit dat zij redelijkerwijs geen loonvormende arbeid kunnen verrichten. Verweerder had daarom nader onderzoek moeten doen, onder meer door informatie bij het UWV in te winnen, en een zorgvuldig gemotiveerd besluit moeten nemen.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd was en vernietigde dit. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen rekening houdend met deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen na nader onderzoek naar de arbeidsongeschiktheid van de referente.