ECLI:NL:RBDHA:2022:2653
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
Verzoeker heeft tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, waarbij zijn asielaanvraag op 2 december 2021 ongegrond werd verklaard, beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek samen met een gerelateerde zaak op 25 februari 2022 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen.
De voorzieningenrechter overweegt dat er inmiddels op het beroep is beslist in zaaknummer NL21.19255, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.C.J. van Dooijeweert en griffier M. van Andel, in het openbaar op 21 maart 2022. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat op het beroep inmiddels is beslist.