ECLI:NL:RBDHA:2022:2652
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardigheid biseksuele gerichtheid en identiteit
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, vreesde terugkeer vanwege mogelijke wraak na een getuigenverklaring bij een steekincident, militaire dienstplicht en zijn biseksuele gerichtheid. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de identiteit en biseksuele gerichtheid van eiser, ondanks geloofwaardigheid van diens nationaliteit en getuigenverklaring.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht rekening hield met het gebruik van meerdere aliassen door eiser en het ontbreken van identificatiedocumenten, wat de geloofwaardigheid van zijn identiteit ondermijnt. De beoordeling van de biseksuele gerichtheid vond plaats aan de hand van werkinstructies WI2019/17 en WI2014/10, waarbij verweerder concludeerde dat eiser onvoldoende inzicht gaf in zijn gevoelens, zelfacceptatieproces en sociale contacten.
Verder werd de vrees voor militaire dienstplicht niet aannemelijk geacht, aangezien openbare bronnen aangeven dat dienstplichtontduikers in Algerije niet consequent worden vervolgd. Ook de vrees voor wraak van de familie van de dader en voor zijn eigen familie vanwege gedeelde foto’s werd onvoldoende onderbouwd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens ongeloofwaardigheid van zijn biseksuele gerichtheid en identiteit.