ECLI:NL:RBDHA:2022:2355
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verrekening te lang gedetineerde dagen bij voorwaardelijke gevangenisstraf
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf waarvan een deel voorwaardelijk was. Tijdens de proeftijd pleegde hij opnieuw een diefstal en werd hij aangehouden. De rechter-commissaris beval voorlopige tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf. Later veroordeelde de politierechter hem tot een maand gevangenisstraf en beval de tenuitvoerlegging van een deel van de voorwaardelijke straf.
Eiser zat uiteindelijk vijf dagen langer vast dan de politierechter had bevolen en vorderde verrekening van deze dagen met andere straffen en onmiddellijke vrijlating. De Staat verweerde zich met het wettelijke systeem waarbij voorlopige tenuitvoerlegging geldt tot het moment dat het vonnis onherroepelijk wordt.
De rechtbank oordeelt dat eiser rechtmatig vastzat op grond van het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging tot het vonnis onherroepelijk werd. Verrekening van detentiedagen tussen verschillende strafzaken is wettelijk niet toegestaan. De vorderingen van eiser worden afgewezen en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van eiser tot verrekening van vijf dagen te lang gedetineerde tijd worden afgewezen en hij blijft vastzitten tot het einde van de opgelegde straffen.