ECLI:NL:RBDHA:2022:227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van minderjarige met dubbele nationaliteit
De zaak betreft een verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige met zowel de Nederlandse als Tunesische nationaliteit. De minderjarige is zonder medeweten van ouders vanuit Tunesië naar Nederland gereisd en verblijft sinds september 2021 hier, terwijl de vader in Nederland woont maar geen verantwoordelijkheid wil nemen.
De kinderrechter stelt vast dat hoewel de gewone verblijfplaats van de minderjarige op het moment van het verzoek in Tunesië is, er voldoende verbondenheid met de Nederlandse rechtssfeer bestaat. De Nederlandse rechter past Nederlands recht toe conform het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996. De minderjarige volgt de woonplaats van de moeder, waardoor de rechtbank Den Haag bevoegd is.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke gronden voor ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing aanwezig zijn. De minderjarige dreigt zonder toestemming van de vader zijn verblijfplaats te verliezen en heeft geen ander netwerk in Nederland. De beschikking stelt de minderjarige onder toezicht en machtigt de gecertificeerde instelling tot uithuisplaatsing tot zijn meerderjarigheid op 16 februari 2022.
De beschikking is mondeling gegeven op 5 januari 2022 en schriftelijk vastgesteld op 18 januari 2022. Hoger beroep is mogelijk binnen drie maanden door de verzoeker of belanghebbenden.
Uitkomst: Verzoek tot ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing wordt toegewezen tot de meerderjarigheid van de minderjarige.