Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Iraanse nationaliteit, is op 22 februari 2022 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat deze maatregel onrechtmatig is omdat hij op 23 februari 2022 een asielaanvraag heeft ingediend, waardoor de maatregel niet op deze grondslag had mogen worden opgelegd. Tevens stelt eiser dat hij zijn asielaanvraag op 1 maart 2022 heeft ingetrokken en dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld door de grondslag van de maatregel niet te wijzigen.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel terecht is opgelegd omdat er een concreet aanknopingspunt bestaat dat eiser op grond van de Dublinverordening aan Duitsland kan worden overgedragen. Dit blijkt uit het feit dat Duitsland verantwoordelijk is voor zijn asielaanvraag, het beroep van eiser tegen deze verantwoordelijkheid is ongegrond verklaard en Duitsland het claimverzoek van eiser op 1 maart 2022 heeft geaccepteerd. De rechtbank volgt eiser niet in zijn betoog dat de maatregel onrechtmatig is.
Verder stelt de rechtbank vast dat eiser de gronden voor de maatregel niet heeft betwist, waaronder het risico dat hij zich aan het toezicht zal onttrekken. Gezien deze omstandigheden verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.