ECLI:NL:RBDHA:2022:2206
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlening aansluitende zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg
De rechtbank Den Haag heeft op 1 maart 2022 een aansluitende zorgmachtiging verleend op verzoek van de officier van justitie, conform artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Betrokkene, geboren in 1960 en lijdend aan een schizo-affectieve stoornis, verblijft momenteel in een accommodatie waar zij verplichte zorg ontvangt.
De aanvraag volgde op een eerdere zorgmachtiging die liep tot 1 april 2022. Uit medische verklaringen, een zorgplan en adviezen van de geneesheer-directeur blijkt dat betrokkene meerdere psychotische ontregelingen heeft gehad, met gevaarlijk gedrag en slechte therapietrouw. De verplichte zorg is noodzakelijk om ernstig nadeel zoals levensgevaar, ernstige psychische schade en maatschappelijke teloorgang af te wenden.
De rechtbank achtte de voorgestelde zorgmaatregelen proportioneel en effectief, waaronder het toedienen van medicatie, voeding, vocht, medische controles, bewegingsbeperkingen en opname in een accommodatie. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven. Betrokkene verzette zich niet tegen de machtiging en bevindt zich momenteel in een stabielere fase.
De zorgmachtiging is verleend voor de duur tot en met 1 maart 2023. Het verzoek om meer of andere maatregelen is afgewezen. De beschikking is uitgesproken tijdens een telefonische zitting vanwege COVID-19 maatregelen en schriftelijk vastgesteld op 9 maart 2022.
Uitkomst: De rechtbank verleent een aansluitende zorgmachtiging met diverse verplichte zorgmaatregelen tot 1 maart 2023.