ECLI:NL:RBDHA:2022:2104

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
8 maart 2022
Publicatiedatum
14 maart 2022
Zaaknummer
AWb 20/9137
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 AwbVreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening in bezwaar tegen afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan

Verzoekster, woonachtig in Marokko, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 juli 2020 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 11 november 2020. Verzoekster stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter oordeelde dat, nu het beroep op de hoofdzaak reeds is ongegrond verklaard, er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is. Hierdoor kon het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

De uitspraak werd gedaan op 8 maart 2022 door de voorzieningenrechter J.J.P. Bosman, in aanwezigheid van griffier R.W. Craanen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep in de hoofdzaak reeds ongegrond was verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 20/9137

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 maart 2022 in de zaak tussen

[verzoekster] , te Marokko, verzoekster

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Dhalganjansing),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

In het besluit van 20 juli 2020 (primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoekster tot afgifte van een verblijfsdocument als bedoeld in artikel 9 van Pro de Vw, [1] waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.
In het besluit van 11 november 2020 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.
Verzoekster heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb [2] uitspraak zonder zitting.
2. Op grond van artikel 8:81 van Pro de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Bij uitspraak van vandaag [3] heeft de rechtbank het hiervoor genoemde door verzoekster ingestelde beroep ongegrond verklaard. De voorzieningenrechter stelt dan ook vast dat er geen bezwaar- dan wel beroepsprocedure meer loopt, zodat het verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Beslissing

4. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. R.W. Craanen, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 maart 2022.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.Algemene wet Bestuursrecht.
3.Zaaknummer AWB 20/9136.