ECLI:NL:RBDHA:2022:2104
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in bezwaar tegen afwijzing verblijfsdocument gemeenschapsonderdaan
Verzoekster, woonachtig in Marokko, heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsdocument als gemeenschapsonderdaan, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 20 juli 2020 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, dat eveneens ongegrond werd verklaard op 11 november 2020. Verzoekster stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat, nu het beroep op de hoofdzaak reeds is ongegrond verklaard, er geen lopende bezwaar- of beroepsprocedure meer is. Hierdoor kon het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk worden verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan op 8 maart 2022 door de voorzieningenrechter J.J.P. Bosman, in aanwezigheid van griffier R.W. Craanen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroep in de hoofdzaak reeds ongegrond was verklaard.