ECLI:NL:RBDHA:2022:1809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens ontbreken rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan
Eiser, een Roemeense staatsburger, verbleef meerdere perioden in Nederland en ontving sinds februari 2019 een bijstandsuitkering. Verweerder stelde in een besluit van augustus 2020 vast dat eiser geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan had omdat hij niet kon aantonen dat hij werkzaam was of over voldoende middelen beschikte.
Eiser voerde aan dat hij sinds november 2020 in loondienst werkte en zijn bijstandsuitkering had beëindigd, maar kon dit niet met overtuigend bewijs onderbouwen. Verweerder hechtte geen waarde aan de door eiser overgelegde arbeidsovereenkomst omdat uit Suwinet-gegevens bleek dat de uitkering niet was beëindigd en er geen inkomsten uit arbeid waren.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het bezwaar ongegrond verklaarde en dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiser voldoende gelegenheid had gekregen zijn stellingen te onderbouwen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door rechter A.M.H. van der Poort-Schoenmakers op 4 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat hij geen rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan heeft aangetoond.