ECLI:NL:RBDHA:2022:178

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 januari 2022
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
NL21.11342
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30c Vreemdelingenwet 2000Art. 8:57 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens onvolledig ingevulde opvolgende asielaanvraag

Eiser, geboren in 1989 en houder van de Algerijnse nationaliteit, diende op 3 juli 2021 een opvolgende asielaanvraag in. Verweerder stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat het aanvraagformulier M35-O onvolledig en onduidelijk was ingevuld. Eiser kreeg de mogelijkheid om binnen een week de aanvraag aan te vullen, maar maakte hier geen gebruik van.

Eiser verbleef tijdens de procedure in strafrechtelijke detentie, maar stelde nog steeds belang te hebben bij de beoordeling van zijn asielaanvraag. De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk was. De wet staat toe een aanvraag buiten behandeling te stellen indien essentiële informatie ontbreekt en de vreemdeling niet reageert op verzoeken om aanvulling.

De rechtbank concludeerde dat de informatie in het formulier onvoldoende was om de aanvraag inhoudelijk te beoordelen. Eiser had geen aanvullende stukken ingediend noch toegelicht waarom het gewijzigde beleid van verweerder een andere beoordeling zou rechtvaardigen. De aanvraag is daarom terecht buiten behandeling gesteld en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de opvolgende asielaanvraag blijft buiten behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.11342
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[Naam], eiser

v-nummer: [Nummer] (gemachtigde: mr. S.S. Ilahi),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 13 juli 2021 (bestreden besluit) heeft verweerder de opvolgende asielaanvraag van eiser buiten behandeling gesteld.1
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Eiser heeft zich akkoord verklaard met het voornemen van de rechtbank om buiten zitting uitspraak te doen. Verweerder heeft op dit voornemen niet gereageerd. Daarom doet de rechtbank met toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Eiser stelt dat hij op [Geb. datum] 1989 is geboren en dat hij de Algerijnse nationaliteit bezit. Hij heeft op 3 juli 2021 een opvolgende asielaanvraag ingediend.
2. Verweerder heeft deze aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat eiser volgens verweerder het aanvraagformulier M35-O onvolledig en niet duidelijk heeft ingevuld. In het voornemen van 3 juli 2021 heeft verweerder eiser in de gelegenheid gesteld om binnen één week de aanvraag compleet te maken.
3. Eiser heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt en eiser heeft ook geen zienswijze ingediend. Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen met verwijzing naar het voornemen.
4. Wat eiser tegen het bestreden besluit heeft aangevoerd wordt in het onderstaande besproken.
1. Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank oordeelt als volgt.
5. Allereerst is ter beoordeling of eiser belang heeft bij de beoordeling van zijn aanvraag. Van verweerder is op 22 september 2021 een bericht ontvangen dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. Uit de reactie van de gemachtigde van eiser hierop blijkt dat eiser in Nederland in strafrechtelijke detentie verblijft. Niet gezegd kan worden dat eiser geen prijs meer stelt op asielrechtelijke bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook belang heeft bij de beoordeling van zijn asielaanvraag. Het beroep van eiser is dan ook ontvankelijk.
6. Een asielaanvraag kan buiten behandeling worden gesteld, indien de vreemdeling heeft nagelaten te antwoorden op verzoeken om informatie te verstrekken die van wezenlijk belang is voor zijn aanvraag.2 Uit de uitspraak van de Afdeling3 van 21 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:574, volgt dat verweerder tot buitenbehandelingstelling kan overgaan, als de informatie die een vreemdeling heeft verstrekt in het kennisgevingsformulier onvoldoende is om de asielaanvraag inhoudelijk te behandelen, en een vreemdeling ook naar aanleiding van een later verzoek om informatie, bijvoorbeeld in het voornemen, daarmee in gebreke blijft.
7. Verweerder heeft in het voornemen vermeld dat eiser niet heeft aangegeven welke informatie hij heeft verkregen, welke gebeurtenis zich heeft voorgedaan, waarom de informatie niet eerder is ingebracht en waarom de nieuwe informatie op eiser van toepassing is. Daarbij zijn er ook geen documenten ter onderbouwing ingebracht. Het M35-O formulier is daarmee onvolledig en niet duidelijk ingevuld, aldus verweerder. Eiser is in de gelegenheid gesteld om zijn aanvraag binnen een week te completeren.
8. Vaststaat dat eiser hierop niet heeft gereageerd. De informatie in het M35-O formulier heeft verweerder onvoldoende kunnen vinden om de opvolgende asielaanvraag in behandeling te kunnen nemen. De enkele stelling van eiser in beroep dat die informatie wél voldoende is, kan niet tot een ander oordeel leiden.
9. De stelling van eiser in beroep dat het gewijzigde beleid van verweerder tot een ander oordeel zou moeten leiden dan in zijn vorige asielprocedure, betekent niet dat verweerder gehouden was om over te gaan tot een inhoudelijke beoordeling van de asielaanvraag. Eiser heeft noch in het formulier, noch in een zienswijze toegelicht waarom het gewijzigde beleid voor hem van belang is. Eiser heeft in het formulier summier vermeld dat zijn familie hem heeft verteld dat zich in 2020 en 2021 gebeurtenissen hebben voorgedaan in Algerije waardoor hij gezocht wordt door de politie en gevangenisstraf dreigt. Eiser heeft noch bij het formulier, noch bij zienswijze deze informatie nader gepreciseerd en stukken ter onderbouwing overgelegd. Dat eiser hiertoe niet in staat was door inbewaringstelling volgt de rechtbank niet. Eiser heeft bij het voornemen van 2 juli 2021 een week de tijd gekregen om zijn aanvraag te completeren. De inbewaringstelling vond pas op 12 juli 2021, dus na het verstrijken van die week, plaats.
10. De asielaanvraag is terecht buiten behandeling gesteld. Het beroep is ongegrond.
2 Op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000.
3 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
11. Voor een proceskostenverdeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. S.C. Spruijt, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:

Documentcode: DSR18807275

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u daartegen binnen één week na bekendmaking beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.