Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam 1] bekend als [naam 2], eiseres
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, geboren in 1998 en geregistreerd als burger van Bosnië-Herzegovina, verzocht om een verblijfsdocument op grond van het Unierecht, afgeleid van het verblijfsrecht van haar Nederlandse kinderen. De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat eiseres geen geldig paspoort of identiteitskaart kon overleggen en haar identiteit en nationaliteit niet ondubbelzinnig kon aantonen met andere documenten.
Eiseres overhandigde een verlopen paspoort en andere documenten zoals een Duitse Dulding en een uittreksel uit een Duits geboorteregister, die niet door de Bosnische autoriteiten waren afgegeven. De rechtbank oordeelde dat deze documenten onvoldoende zijn om haar identiteit en nationaliteit aan te tonen, en dat de familierechtelijke relatie met haar kinderen daardoor niet kon worden vastgesteld.
Eiseres gaf aan een geboorteakte uit Italië te proberen te verkrijgen, maar deze was nog niet overlegd. De rechtbank stelde dat het ontbreken van deze akte en het feit dat eiseres haar identiteit niet aannemelijk maakte, rechtvaardigt dat de aanvraag wordt afgewezen. Ook werd geoordeeld dat het evenredigheidsbeginsel niet werd geschonden en dat het terugkeerbesluit terecht was uitgevaardigd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Eiseres werd gewezen op de mogelijkheid om in hoger beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte identiteit en nationaliteit.