ECLI:NL:RBDHA:2022:1704
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag wegens onvoldoende terugkeergarantie en gebrek aan binding met land van herkomst
Eiseres, een Syrische vrouw woonachtig in Saoedi-Arabië, diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf in Nederland. Verweerder wees deze aanvraag af omdat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij tijdig zou terugkeren, mede vanwege haar lopende aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van sterke sociale en economische binding met Saoedi-Arabië.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht had meegewogen dat eiseres eerder probeerde met een vals visum te reizen en dat haar verklaringen over het doel en de duur van het verblijf tegenstrijdig waren. Hoewel eiseres stelde dat zij onterecht niet was gehoord, concludeerde de rechtbank dat dit gebrek kon worden gepasseerd omdat eiseres voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten schriftelijk en tijdens de zitting naar voren te brengen.
Verder stelde eiseres dat zij een sterke sociale binding met Saoedi-Arabië had, maar de rechtbank vond dat haar familiebanden en economische steun vooral in Nederland liggen, waardoor terugkeer niet gewaarborgd is. Het beroep werd ongegrond verklaard, maar verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de visumaanvraag wordt ongegrond verklaard.