ECLI:NL:RBDHA:2022:1657
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Deze aanvraag is bij besluit van 27 februari 2020 door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een verzoek om voorlopige voorziening ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 23 september 2021 behandeld. Tijdens de zitting is onderzoek gedaan naar aanvullende documenten die verzoeker voorafgaand aan de zitting had ingebracht. Partijen hebben schriftelijk gereageerd op de onderzoeksresultaten waarna het onderzoek zonder nadere zitting is gesloten.
Bij uitspraak van dezelfde dag is het beroep behandeld en de voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en er staat geen hoger beroep of verzet open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel is afgewezen.