ECLI:NL:RBDHA:2022:1637
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bijstand wegens onduidelijke financiële situatie
Verzoekster heeft een aanvraag tot bijstandsuitkering ingediend die door het college van burgemeester en wethouders van Den Haag is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van haar financiële situatie, met name omtrent de waarde van haar bezittingen in Turkije en de bestemming van de overwaarde van haar verkochte woning.
De voorzieningenrechter beoordeelde het spoedeisend belang en concludeerde dat dit aanwezig was, maar dat de verstrekte stukken en inlichtingen ontoereikend zijn om de vermogenspositie van verzoekster vast te stellen. De stukken in het Turks ontbraken van een Nederlandse vertaling, en er ontbraken verifieerbare documenten over de besteding van de overwaarde.
Daarom is het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.P. Verloop op 16 februari 2022 en bindt niet in een eventueel bodemgeding.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening bij afwijzing bijstandsuitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende duidelijkheid over financiële situatie.