ECLI:NL:RBDHA:2022:16285
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beklag tegen beslag op telefoons in Europees Onderzoeksbevel
In deze zaak heeft de klaagster een beklag ingediend tegen de beslaglegging op haar drie telefoons, die in beslag zijn genomen naar aanleiding van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van de Belgische autoriteiten in een lopend strafrechtelijk onderzoek. De beslaglegging vond plaats op 7 september 2022 in haar woning. Klaagster vorderde teruggave van haar telefoons, stellende dat het strafrechtelijk belang voor het beslag niet meer aanwezig zou zijn.
De rechtbank heeft het beklag op 2 november 2022 behandeld. De Belgische autoriteiten hebben geheimhouding van het onderliggende onderzoek verzocht, waardoor het EOB en de onderliggende stukken niet aan klaagster zijn verstrekt. Zowel klaagster als de officier van justitie zijn gehoord. De officier van justitie stelde dat het belang van strafvordering zich verzet tegen teruggave, omdat de Belgische autoriteiten om overdracht van de goederen hebben gevraagd.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is het beklag te behandelen en dat klaagster ontvankelijk is, omdat het beklag tijdig is ingediend. De toetsing van de rechtbank beperkt zich marginaal tot de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring ervan, waarbij het belang van strafvordering doorslaggevend is. Nu het EOB is erkend en tenuitvoer gelegd, en geen weigeringsgronden zijn vastgesteld, en de Belgische autoriteiten niet hebben afgezien van het beslag, is het belang van strafvordering aanwezig. De stelling van klaagster dat de verdenking jegens de verdachte zou zijn vervallen, is niet gebleken.
De rechtbank verklaart het beklag ongegrond en merkt op dat de wettelijke termijn voor beslissing is overschreden, maar dit geen gevolgen heeft voor de beoordeling. De beslissing is uitgesproken op 16 november 2022 door rechter N.F.R. de Rooij.
Uitkomst: Het beklag tegen het beslag op de telefoons wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.