ECLI:NL:RBDHA:2022:16283
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring van beklag tegen inbeslagname iPhone op grond van Europees Onderzoeksbevel
De rechtbank Den Haag behandelde het beklag van klager tegen de inbeslagname van een witte Apple iPhone, die op 4 april 2022 door de politie in beslag werd genomen na een aanhouding in verband met een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Belgische autoriteiten. Klager verzocht om teruggave van het toestel.
De rechtbank oordeelde dat zij bevoegd en ontvankelijk was om het beklag te behandelen. De toetsing richtte zich op de rechtmatigheid van het beslag en de voortduring daarvan, waarbij werd beoordeeld of aan de wettelijke eisen was voldaan en of fundamentele beginselen waren geschonden. De rechtbank stelde vast dat het EOB rechtmatig was erkend en tenuitvoer gelegd door de officier van justitie, zonder dat er weigeringsgronden van toepassing waren.
De rechtbank benadrukte dat het belang van strafvordering, gelet op het lopende strafrechtelijk onderzoek in België, zich tegen teruggave van het toestel verzet. De Nederlandse rechter toetst slechts marginaal aan de zorgvuldigheid van de afweging door de officier van justitie en onderzoekt niet de gronden van het buitenlandse rechtshulpverzoek. Ondanks overschrijding van de wettelijke termijn voor de beslissing, bleef het beklag ongegrond. De rechtbank verklaarde het beklag dan ook ongegrond en handhaafde het beslag.
Uitkomst: Het beklag tegen de inbeslagname van de iPhone wordt ongegrond verklaard en het beslag blijft gehandhaafd.