ECLI:NL:RBDHA:2022:16118

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
19 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2023
Zaaknummer
C/09/639809/KG RK 22-1508
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Verschoning
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens schijn van partijdigheid

In deze zaak heeft de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank Den Haag op 19 december 2022 een verzoek tot verschoning van een rechter behandeld. Tijdens een mondelinge behandeling op 14 december 2022 bleek dat de rechter beschikte over informatie uit een gerelateerde strafzaak die de partijen in de hoofdzaak niet hadden. Dit leidde tot een verzoek tot verschoning omdat de rechter zich niet langer in staat achtte de zaak onbevooroordeeld voort te zetten.

De verschoningskamer overwoog dat rechters geacht worden onpartijdig te zijn, maar dat uitzonderlijke omstandigheden zoals het beschikken over niet-openbare informatie kunnen leiden tot een terechte vrees voor partijdigheid of de schijn daarvan. Om de schijn van partijdigheid te vermijden, werd het verzoek tot verschoning terecht geacht.

De kamer besloot het verzoek toe te wijzen en bepaalde dat de behandeling van de hoofdzaak wordt voortgezet door een andere rechter, waarbij het proces wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment van het verzoek. Een afschrift van de beslissing werd toegezonden aan de rechter en de betrokken partijen.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter is toegewezen en de zaak wordt voortgezet door een andere rechter.

Uitspraak

Rechtbank den haag

Verschoningskamer
Verschoningsnummer: 2022/20
Zaak-/rekestnummer: C/09/639809 / KG RK 22-1508
Beslissing van 19 december 2022
van de meervoudige verschoningskamer van de rechtbank op het verzoek van
mr. A.J. Japenga,
rechter in de rechtbank Den Haag,
hierna de rechter,
belast met de behandeling van de hoofdzaak met kenmerk 10002300 \ RP VERZ 22-50340 van:
Gemeente Leidschendam-Voorburg,
gevestigd te Leidschendam,
verzoeker,
bijgestaan door mr. M.N. Collins, advocaat te Leiden,
tegen
[verweerder] ,
wonende te [woonplaats] ,
verweerder,
bijgestaan door mr. P. Drenth, advocaat te Den Haag.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het verschoningsverzoek van
19 december 2022.
1.2.
Een verschoningsverzoek hoeft, anders dan een wrakingsverzoek, niet ter terechtzitting te worden behandeld. Het verzoek is daarom niet ter zitting behandeld.

2.Het verschoningsverzoek

2.1.
De rechter heeft het verschoningsverzoek op het volgende gebaseerd:
In de onderhavige zaak heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden op
14 december 2022. Tijdens de behandeling van de zaak is gebleken dat de rechter, als gevolg van de behandeling van een gerelateerde strafzaak, over informatie beschikte waarover de partijen niet beschikten. Dit is tijdens de mondelinge behandeling besproken. Dit heeft er toe geleid dat de rechter zich niet meer in staat voelt de zaak nog verder te behandelen.

3.De beoordeling

3.1.
Uitgangspunt is dat een rechter op grond van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn. Uitzonderlijke omstandigheden kunnen een aanwijzing opleveren dat een rechter ten opzichte van een partij vooringenomen is of dat daarvoor een terechte vrees bestaat. Ook de uiterlijke schijn kan daarbij een rol spelen.
3.2.
Gelet op hetgeen de rechter heeft aangevoerd, is het verschoningsverzoek terecht ingediend. Zo wordt de schijn van partijdigheid vermeden. Het verzoek zal dus worden toegewezen. Dit betekent dat de behandeling van de hoofdzaak door een andere rechter moet worden overgenomen.

4.De beslissing

De verschoningskamer:
4.1.
wijst het verzoek tot verschoning toe;
4.2.
bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het moment dat verschoningsverzoek werd ingediend;
4.3.
beveelt dat een afschrift van deze beslissing wordt toegezonden aan:
* de rechter;
* alle in de aanhef van deze uitspraak genoemde betrokken partijen.
Deze beslissing is genomen in raadkamer op 19 december 2022 door mr. M.J. Alt-van Endt, mr. S.M. Krans en mr. J. Brandt, in tegenwoordigheid van de griffier.