ECLI:NL:RBDHA:2022:16105
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugkeerbesluit en tienjarig inreisverbod wegens ernstige gewelds- en zedendelicten
Eiser is bij vonnis veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens verkrachtingen en mishandelingen. Tegen het terugkeerbesluit en het opleggen van een tienjarig inreisverbod door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft eiser beroep ingesteld. De staatssecretaris baseert het besluit op het ontbreken van verblijfsrecht en het feit dat eiser een actueel gevaar vormt voor de openbare orde.
De rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris terecht heeft geconcludeerd dat eiser een ernstig gevaar vormt, mede gelet op de aard en ernst van de gepleegde feiten, waaronder meerdere verkrachtingen en mishandelingen met schadelijke stoffen. Het feit dat eiser sinds 2018 in detentie verblijft en geen gelegenheid heeft gehad zijn gedrag als vrij man te verbeteren, weegt mee in de beoordeling.
Eiser voerde aan dat het inreisverbod onvoldoende is gemotiveerd en dat zijn persoonlijke omstandigheden, zoals een relatie met een vrouw met verblijfsrecht in België, onvoldoende zijn meegewogen. De rechtbank vindt dat de staatssecretaris dit terecht niet doorslaggevend heeft geacht en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat het gevaar voor recidive is verdwenen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T.A. Oudenaarden en griffier M.A. Buikema.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit en het tienjarige inreisverbod wordt ongegrond verklaard.