ECLI:NL:RBDHA:2022:16049
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstandsuitkering en veroordeling proceskosten na intrekking voorlopige voorziening
Verzoekers hebben beroep ingesteld tegen het college van burgemeester en wethouders van Gouda vanwege het niet tijdig beslissen op hun aanvraag om algemene bijstand. Na het uitblijven van een besluit hebben zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om bijstand naar de norm voor gehuwden te verkrijgen.
Verweerder heeft vervolgens alsnog een besluit genomen waarbij per 1 mei 2020 bijstand naar de norm voor gehuwden werd toegekend. Hierop hebben verzoekers hun verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken en proceskosten gevorderd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het bestuursorgaan geheel tegemoet is gekomen aan het verzoek en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe. Tevens veroordeelt hij verweerder tot betaling van de proceskosten van € 379,50. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van € 379,50.