ECLI:NL:RBDHA:2022:15958
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende bewijs identiteit biologische ouders
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging voorlopig verblijf in het kader van nareis, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen wegens onvoldoende bewijs van haar identiteit en de identiteit van haar biologische ouders.
De rechtbank overweegt dat eiseres geen overtuigend bewijs heeft geleverd dat haar biologische ouders zijn wie zij stelt, noch dat deze ouders niet meer voor haar kunnen zorgen. Verweerder nam geen bewijsnood aan en hoefde daarom niet verder onderzoek te doen naar de overgelegde documenten, waaronder een kopie uittreksel uit het register van de burgerlijke stand en een jugement suppletif.
De verklaringen die eiseres overlegt zijn onvoldoende om het ontbreken van officiële documenten te verklaren. De rechtbank oordeelt dat eiseres en referent zich onvoldoende hebben ingespannen om de biologische ouders te vinden. Ook is de hoorplicht niet geschonden. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van identiteit biologische ouders.