ECLI:NL:RBDHA:2022:15956
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking en niet-verlenging asielvergunning
Verzoeker heeft een asielvergunning die door de staatssecretaris is ingetrokken na een onherroepelijke veroordeling tot gevangenisstraf. Tevens is zijn aanvraag tot verlenging van de vergunning afgewezen vanwege een gevaar voor de openbare orde.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening, zodat hij in aanmerking kan komen voor voorwaardelijke invrijheidstelling. Hij stelt dat zijn gezin in een schrijnende situatie verkeert en dat hij een positieve gedragswijziging wil aantonen.
De staatssecretaris voert aan dat het verzoek geen spoedeisend belang heeft en dat de voorzieningenrechter niet bevoegd is om het verblijfsrecht te wijzigen. De voorzieningenrechter oordeelt dat er wel spoedeisend belang is, maar dat de gevraagde voorziening zeer verstrekkend is en alleen bij bijzondere omstandigheden kan worden toegekend.
Aangezien dergelijke bijzondere omstandigheden ontbreken en er een gratieverzoek loopt, wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking en niet-verlenging van de asielvergunning wordt afgewezen.