ECLI:NL:RBDHA:2022:15903
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens lopend beroep
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen. De rechter constateert dat er inmiddels een uitspraak is gedaan in het beroep, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is.
Op grond hiervan wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan in het openbaar op 31 oktober 2022 en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat er al een uitspraak is gedaan in het beroep.